Geschiedenis van ESV
 
Op deze pagina de geschiedenis van de Edese Schaakvereniging, afkomstig uit de jubileumuitgave 75 jaar ESV.

"Het klimmen der jaren en helderheid van geest hebben weinig met elkaar uitstaande"
door Henk Renger

I De periode tot 1945

Het bovenstaande motto zou op het 75-jarige ESV van toepassing kunnen zijn en het is te hopen dat dat ook in de toekomst op ESV mag slaan. Het is evenwel afkomstig uit het verslag van de oprichtingsvergadering van ESV op 14 november 1925 en heeft betrekking op de nestor en eerste voorzitter van ESV, J.H. Stol, die op de oprichtingsvergadering meteen zijn visitekaartje afgaf. Het initiatief tot die bijeenkomst, waar zeven belangstellenden aanwezig waren, was uitgegaan van Van Dinther en Biemond. Vier personen hadden adhesiebetuigingen gestuurd maar konden niet komen omdat ze op zaterdag verhinderd waren. De Enka, voorganger van AKZO-Nobel, stond - aldus het verslag - een lokaliteit van De Reehorst zonder vergoeding af. De Reehorst, een voormalige villa, was door de Enka aangekocht als ontspanningscentrum. Qua ligging werd deze locatie niet onverdeeld gunstig geacht maar de prijzen van vergaderzalen in het centrum waren zo hoog dat het aanbod van de Enka graag werd geaccepteerd. De ‘oefeningsavond’ werd vastgesteld op donderdag, aanvang 19.00 uur; de contributie bedroeg fl 5,--, in twee termijnen te voldoen. Aanvankelijk werd er op papieren borden gespeeld, die wegens de geringe afmeting en het hinderlijk glimmen vooral bij de oudere leden op verzet stuitten. Al spoedig kwam er ook een bibliotheek met drie boeken.

Maar wie mochten er lid worden? In de tweede ledenvergadering kwam de vraag aan de orde of er ‘een maatschappelijke scheidslijn’ behoort te worden getrokken. Dit is van belang bijv. voor wat betreft het Enka fabrieks- en overig personeel". In de bespreking werd verwezen naar de Arnhemse zustervereniging welke "slechts 'schakers' kent, ongeacht de maatschappelijke rang of stand". Bijkomende overwegingen voor ballotage bleven bestaan (er wordt niet vermeld wat die overwegingen waren!). De leeftijdsgrens werd op 18 jaar gesteld.

Dan het damesprobleem (niet schaaktechnisch bedoeld). Konden dames als lid worden toegelaten? In het begin leek het geen probleem "totdat de heer Van Dinther alle gedachten aan huiskamergezelligheidsmomenten en beminnelijke partners de domper opzette door als cynisch, immers getrouwd Hollander de keerzijde te belichten". Hij wees op de ongedwongen toon die H(!)eerenvergadering pleegt te kenmerken en de omstandigheid dat vele heren zich gedwongen zullen voelen de dames consumpties aan te bieden. Men kwam er niet uit. Op een volgende vergadering volgde echter een negatief besluit. "Het vrouwelijk element wordt dus behoudens de dames van het schaakbord uitgesloten". Deze vergadering verliep volgens het verslag ‘ietwat rumoerig’. De volgende locatie waar men bijeenkwam was café 'Marktzicht'. Deze locatie werd niet door alle leden geapprecieerd. Na een korte periode in hotel Buitenlust kwam men in Buitenzorg terecht. Bij de overwegingen omtrent die locatie kwam als bezwaar naar voren dat de officierstafel nooit vóór acht uur à half negen beschikbaar was. Ruzie over de te kiezen speelruimte leidde tot het vertrek van enkele leden, onder wie de voorzitter.


Eerste bladzijde van de notulen van de oprichtingsvergadering, 14 november 1925.

De jaren dertig kenmerken zich door verruiming van de blik naar de regionale en landelijke verbanden. Op de ledenvergadering van 31 oktober 1929 werd een voorstel om lid te worden van de KNSB voorlopig afgewezen voornamelijk vanwege de financiële consequenties. Twee jaar later besloot men wel tot een gedeeltelijke aansluiting bij de Oost-Geldersche Schaakbond. Dat hield tevens wedstrijden tegen clubs uit naburige steden in. In een bestuursverslag uit die tijd lezen we " i.v.m. een wedstrijd tegen Veenendaal zal eens prijsopgave worden gevraagd voor taxi's zonder chauffeur om een 12-tal leden te ontvoeren(!) naar Veenendaal". In 1937 is het toch zover. Na een oppeppend praatje van iemand van de Geldersche Schaakbond om ESV lid te maken "en hierdoor het schaakspel op een hooger pijl(!) te brengen" trad ESV toe tot wat nu de OSBO is. Niet alleen de plaats van het clublokaal bracht de tongen telkens weer in beweging, ook - zij het in mindere mate - de speelavond. Die was eerst dinsdags geweest, veranderde daarna naar donderdag, maar regelmatig duiken voorstellen voor andere dagen op, bijv. de woensdagavond. Aangetekend dient daarbij te worden dat de jaarvergadering zeker in de beginfase op een andere dan de clubavond plaatsvond. In 1938 worden de tekenen van de naderende oorlog zichtbaar. Een aantal leden is door mobilisatieverplichtingen korte of langere tijd afwezig. In dat jaar deed zich een incident voor dat grote commotie teweeg bracht. Een speler weigerde uit te komen tegen een ander omdat diens vader een aktieve N.S.B-er was. Grote heisa in de tent natuurlijk. Een aparte bestuursvergadering werd er belegd en na een lange discussie werd de weigerachtige speler middels een brief gemaand "zijn houding te wijzigen of als lid van de ESV te bedanken". De betrokkene hield voet bij stuk en bedankte daarom als lid. Het jaar daarop nam het aantal gemobiliseerden toe. Het archief belandde "wegens de Europeesche oorlog" bij een lid van het eerste uur, W.G. Wiepking. Tijdens de oorlog stond alles vanzelfsprekend op een laag pitje. De ledenvergadering van 12 september 1940 was door de Duitse autoriteiten verboden, maar kon toch doorgaan door de toestemming van de commissaris van politie onder de voorwaarde dat er geen convocaties zouden worden verzonden. Het enige vermeldenswaardige uit die periode is verhoging van de zaalhuur in Buitenzorg van fl 50,-- naar fl 60,--, wat een contributieverhoging van 25 % met zich meebracht.

II De naoorlogse periode

Op de eerste vergadering na de oorlog verhuisde de clubavond naar de vrijdag. Op diezelfde vergadering zei de voorzitter te zullen proberen Euwe een simultaan te laten geven. De eerste vijf jaar na de oorlog brachten een regelmatige verhuizing van clublokaal. Genoot Buitenzorg eerst nog de voorkeur, de volgende locaties werden - zonder volledig te zijn - Het Centrum en Hotel Welgelegen (de verhuizing naar deze plaats kostte zeven leden die een eigen vereniging begon- nen). Eerder genoemde Wiepking deed al in 1950 het voorstel om een eigen gebouw te stichten (vgl de enige jaren geleden gevoerde discussie over een denksportcentrum in Ede).

Rond het begin van de vijftiger jaren komt er een behoorlijke ledengroei. Zo bedraagt het ledenaantal medio 1950 32. Maar zoveel hoofden, zoveel zinnen, zo dat ergens geldt is dat op schaakgebied het geval. Op de ledenvergaderingen worden allerlei voorstellen ingediend over de interne competitie: in kleine of grotere groepen of juist in één grote groep volgens het (latere) Keizersysteem of de vereenvoudigde vorm daarvan. Over de vergadering van 26 september 1950 werd gezegd: "Over de clubcompetitie wordt zeer lang en zeer verward gesproken". Voor de secretaris was het kennelijk ook niet meer te volgen.

Met het groeiend aantal leden werd ook het bestuur uitgebreid: zo ontstond in deze periode de functie van commissaris van het materiaal. Onder de nieuw gekozen bestuursleden verschijnen de namen van L.C. Haitsma en G.A. Ossenkoppele, de eerste in 1953, de tweede in 1955. Ossenkoppele, uit Almelo afkomstig en reeds bekend in de Twentsche Schaakbond, vestigde al spoedig een goede naam binnen ESV. Toen de toenmalige voorzitter Bleijenberg het - geheel terechte - voorstel deed om de contributie van fl 2,50 naar fl 3,-- per kwartaal te verhogen leek de vergadering te exploderen. Hoe kon een zinnig mens met zo’n voorstel komen? Een zeer hectische en gespannen sfeer was het gevolg. Tenslotte vroeg Ossenkoppele het woord. "Voorzitter", zo sprak hij, "kunnen we de penningmeester niet vragen iedere maand een gulden te innen?". Een opvallende stilte volgde: het pleit was beslecht en de contributieverhoging was een feit! In de jaren vijftig werd Ossenkoppele enkele keren kampioen. Verder kreeg hij bekendheid door zijn rubriek 'Schaakvaria' in de plaatselijke pers.


Viering van het 25 jarig bestaan van ESV in Hotel "De Witte Hinde". Van links naar rechts: Vonk, Ossenkoppele, Wiepking en Stroo.

Het in 1953 toegetreden bestuurslid Haitsma zou als geen ander zijn stempel op de vereniging drukken. Tot kort voor zijn overlijden in 1982 heeft hij de vereniging in vele bestuursfuncties gediend, waarvan ruim tien jaar als voorzitter. Met zijn beminnelijk karakter was hij een uiterst samenbindende figuur binnen ESV. Speciaal de jeugdleden hadden zijn belangstelling: de opbloei van de jeugdafdeling in de loop van de zeventiger jaren is grotendeels zijn verdienste geweest. In de jaren 50 werd de interne competitie voornamelijk beheerst door de eerder genoemde Ossenkoppele alsook door J. Visser. Door het groeiend aantal leden kon men ook extern beter voor de dag komen. In het seizoen 1956/57 werd voor het eerst met drie teams (tientallen) aan de OSBO-competitie meegedaan. Ook in die tijd gaf het spelen van (verre) uitwedstrijden wel eens problemen. Zo moest het eerste team een uitwedstrijd spelen bij SMB in Nijmegen. Met de winst op zak begon men laat in de avond de terugreis. Dat zou niet gemakkelijk worden want een dichte mist had zich over de Betuwe gespreid, waardoor men nauwelijks 25 meter zicht had. Hoe thuis te komen? Eén speler bood zich aan om op een grote koplamp te gaan zitten en door handgebaren als wegwijzer te fungeren. Markeringsstrepen waren er in die tijd nog nauwelijks en in feite was de berm het enige houvast. De betrokken speler werd dik ingepakt en nam plaats op de koplamp. Zo goed en zo kwaad als het ging wist men Arnhem te bereiken, waar het zicht langzaam beter werd en de 'wegwijzer' in de warmte van de auto terug kon. Aldus kwam men tegen twee uur in de nacht in Ede terug.


Voorjaar 1970. Van links naar rechts: Kreeft, Thijssen, Huisjes en De Ruijter. Rechts vooraan Ossenkoppele. Het rookverbod tot 22.00 uur was nog niet ingevoerd.

Van de zestiger en begin zeventiger jaren is heel weinig gearchiveerd en dus bekend. De ingezette groei zette zich rustig voort en rond 1970 had ESV zo’n 50 senior- en 20 jeugdleden. De groei van het aantal leden had zeker ook te maken met de groei van Ede in het algemeen, waar met de komst van Veldhuizen een belangrijke stap tot uitbreiding werd gezet. Een goed bestuur zorgde voor de nodige stabiliteit. Men ging ertoe over om een dagelijks bestuur (D.B.) te benoemen, bestaande uit de al eerder genoemde Haitsma - inmiddels voorzitter - en Johan Huisjes als secretaris. Dit tweetal werkte op een voortreffelijke manier samen en heeft enorm veel voor de vereniging betekend. Ook intern werden de puntjes op de i gezet. De bestuurstaken werden zeer exact vastgelegd. Een aardig punt is ook dat er een uit vier(!) pagina's bestaand memorandum verscheen betreffende het toepassen van een bijzondere contributieregeling.

Tijdens de viering van het 50-jarig bestaan werd ESV door een onpartijdige jury van de Edese Courant tot (eerste) club van de maand gekozen. Op de receptie gaf de vertegenwoordiger van de gemeente het bestuur de raad om met de gemeente eens te komen praten over een eigen clubgebouw. In de plaatselijke pers heette het: "Misschien kan er met de andere denksportclubs wat uit de grond worden gestampt. Binnenkort zal ESV in ieder geval gaan praten." Twintig jaar later zou het plan van een denksportcentrum opnieuw, en nu door de Federatie Denksporten Ede, naar voren komen maar opnieuw zou het uiteindelijk stranden.


Haitsma in een karakteristieke houding achter het bord (met een pion minder kan het nog best lastig worden).

Een nieuw fenomeen in de jaren zeventig was het bedrijfsschaak, door ESV geïnitieerd en met Derk Roseboom als drijvende kracht. Deze vorm van competitie werd een tijdlang zelfs in twee klassen uitgevochten. Wie herinnert zich de namen niet van teams als Enka, Rivro, PVE (met drie teams) HELA B.V., Spar en AZO? Met name de topborden van deze teams waren sterk bezet. Helaas heeft deze vorm van schaken zich niet voortgezet, het einde van de jaren zeventig luidde een periode van successen in de OSBO in. Na een aantal jaren er dicht bij te zijn geweest lukte het ESV I o.l.v. teamcaptain Jan van de Laan en met cracks als Willem Bor en Ronald Ekkel in de gelederen in 1980 naar de Promotieklasse te promoveren. In datzelfde jaar wist ESV ook snelschaakkampioen van de OSBO te worden. Het tweede team speelde in die tijd enige jaren in de eerste klasse. Een gevoelig verlies leed ESV in juni 1982 met het overlijden van Haitsma: je zou best kunnen stellen dat ESV haar vader verloor. Eveneens in dat jaar ontstond de schaakvereniging 'De Cirkel' uit een initiatief van Johan Huisjes via zijn werk bij de AZO. Enkele leden van ESV maakten de overstap. Anderen, onder wie Johan zelf, bleven ook hun oude vereniging trouw. Aanvankelijk had het ontstaan van de nieuwe vereniging nauwelijks invloed op het ledenaantal: dat bereikte een record met 110 leden op 1 januari 1985. Na 1986 begon een dalende tendens. Vele jeugdige talenten keerden ESV wegens studieredenen of anderszins de rug toe. Het centrum van Ede veranderde langzaam van karakter en de jeugdige leden moesten van verder weg komen. ESV had al jaren in Rehoboth een goede speelruimte en in de persoon van Mevrouw Van Omme een goede gastvrouw. Naast het enige malen per jaar verschijnende clubblad - de laatste jaren onder de naam dE SVeer - startte Martin Ale in de jaren negentig het wekelijkse bulletin 'Achter De Toren' met actuele informatie en niet te vergeten de schaakproblemen. Het 70-jarig bestaan van de vereniging werd toepasselijk gevierd met de musical 'Chess', eveneens een activiteit van Martin. De bruisende levenslust die uit de musical naar voren kwam zal hopelijk voor ESV een bron van inspiratie zijn om het eeuwfeest tegemoet te gaan.

ESV-jeugd
door Teus Weijman

Mijmerend over het verleden staan mensen stil bij de tijd dat ze zelf jeugd waren. Wat deed je toen? is een vraag waarbij iedereen zich als antwoord iets voor de geest kan halen. Ik beperk me voor wat betreft de jeugd tot een terugtocht naar de roemruchte tijd van de ESV-jeugd.

Vertrekpunt voor mij is het Interregio-toernooi dat in 1975 bij het 50-jarig bestaan van de Edese Schaak Vereniging werd gespeeld in de kantine van het voormalige Victoria Vesta gebouw in Ede. Naast de gevestigde senioren-orde speelden een aantal talentvolle jeugdleden bij ESV mee. Om een aantal namen te noemen: Matthijs Galesloot, Willem Bor, Harry Harskamp en Teus Weijman. Zij zouden later hetzij individueel of in teamverband op nationaal en zelfs tot op internationaal niveau behoorlijke resultaten boeken.

Rond midden zeventiger jaren ontwikkelde het schaakleven in Ede voor de jeugd zich om de scholenkampioenschappen heen. Vaak werd er gespeeld in de dependance van het Marnixcollege aan de Van Okhegemlaan in Ede. Er bestond een gezonde rivaliteit tussen het Marnixcollege en het Christelijk Streeklyceum. Van de scholenactiviteiten profiteerde een club als ESV, omdat veel jeugdleden zich bij de toentertijd enige schaakclub van Ede aansloten. De grote initiator van het schoolschaakteam van ‘Het Streek’ was in eerste instantie geschiedenisleraar Wout Punt en in een later stadium docent Nederlands Sebo Nienhuis. Het team bestaande uit Willem Bor, Harry Harskamp, Teus Weijman en Arend van Grootheest behaalde diverse schoolschaak kampioenschappen in de regio. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de drie eerstgenoemde spelers aangevuld met Edwin Groen van het Marnix en de talentvolle Jaap Ozinga een succesvol ESV-jeugdteam zouden vormen.

Zonder nu de schaakstimulatoren van ‘Het Streek’ en het ‘Marnix' te kort te willen doen, is het toch binnen de Edese Schaakvereniging geweest dat één persoon gedurende tal van jaren zijn stempel zowel op de Edese Schaak Vereniging zelf als wel speciaal op de ontwikkeling van de ESV-jeugd heeft gezet en dat was wijlen onze oud voorzitter L.C. Haitsma. Hij liet de leerlingen van de genoemde scholen voor voortgezet onderwijs binnen ESV ‘samensmelten'.

Het gemak en de eenvoud waarmee hij in zijn voorzitterperiode de Edese Schaak Vereniging leidde, vervullen mij nu nog met eerbied en respect. Tevens was hij een ware ambassadeur van de vereniging. De ESV-jeugd van toen heeft ongelooflijk veel aan de heer Haitsma te danken gehad. Wars van enig uiterlijk vertoon en niet gehinderd door regeltjes gaf hij een groot gedeelte van zijn vrije tijd aan de ESV-jeugd. Ik herinner mij nog goed een van de eerste middagen dat we met een aantal jeugdleden bij de heer Haitsma op de Vincent van Goghlaan in Ede werden uitgenodigd. Hij zette een beroemde compositie van Richard Reti op het bord waarin wit met koning en pion remise moest zien te maken tegen koning en een zwarte opgerukte randpion. Onze uitspraken liepen uiteen van: "kan niet" tot "onmogelijk". Met stijgende verbazing vernamen wij de oplossing waarin zowel het verdedigende aspect van de witte koning als ook de aanvallende kracht naar voren kwamen. Naast de training van de ESV-Jeugd stimuleerde hij de jeugd om daar waar mogelijk aan toernooien mee te doen. Haitsma nam ook veelal zelf het vervoer van de ESV-jeugd voor zijn rekening. Dat betekende niet alleen meereizen met uitwedstrijden van het jeugdteam, maar ook vervoer naar toernooitjes regelen. We hebben wat kilometers gemaakt ...

De beste prestatie die ons ESV-jeugdteam leverde was een derde plaats in het jeugdkampioenschap van Nederland tot 20 jaar begin 1980. Het seizoen 1978/1979 had de ESV-jeugd al de OSBO-titel opgeleverd en zodoende mocht het team meespelen in de KNSB-jeugdcompetitie van 1979/1980. In de voorronden werden 3 wedstrijden tegen respectievelijk Almelo, Leek en Drachten (Sjoerd, let op!) gewonnen en zodoende plaatste ESV zich met gemak voor de halve finales. In de eerste wedstrijd van de halve finales won ESV van PION. Vervolgens moest ook BSG eraan geloven en plaatste ESV zich met DD voor de finale. De laatste wedstrijd tegen DD, waarvan het resultaat zou meetellen voor de finale, leken we te gaan winnen, maar ging helaas verloren. In de volgende wedstrijd tegen Drachten leken de Friezen kracht geput te hebben uit het eerdere verlies en wonnen van ons met 4-1 (!). In de laatste wedstrijd won DD van Drachten en werd kampioen. ESV werd door een gelijk spel tegen Wassenaar derde. Topscorer van onze jeugd in deze competitie werd Willem Bor met de score van 6½ uit 8. In Schakend Nederland van november 1979 t/m juni 1980 valt hierover te lezen.

Als bewijs van alle dank heeft het team een oorkonde voor de heer Haitsma gemaakt. Hierna valt het jeugdteam langzaam uit elkaar. Willem Bor gaat in Utrecht studeren en schaken, Harry Harskamp ‘verdwijnt’' naar het zuiden en Edwin Groen, ofschoon hij nog wat langer lid blijft, verkiest het Westen.

Later zal ESV in het seizoen 1985/1986 met twee jeugdteams deelnemen in de OSBO-competitie, maar het succes wordt niet herhaald. Ik realiseer me nu als enige overgeblevene van het jeugdteam van toentertijd nog steeds ESV-lid te zijn. Pijn doet het niet, want ik bewaar goede herinneringen aan zowel die tijd als ook later toen we iets van de geest van Haitsma probeerden uit te dragen in het schaakles geven op basisscholen. Als ik nu op donderdagavond op de schaakclub de jeugd bezig zie, denk ik nog wel eens terug ..., maar ook vooruit en hoop van ganser harte dat er toch weer eens een ESV-jeugdteam mag opstaan dat van zich doet spreken.